10 jaar 1325


Feestelijke viering van 10 jaar VN Resolutie 1325
over Vrouwen in Conflictgebieden
19 oktober 2010
Den Haag


Inhoud
Algemeen verslag
Voorwoord
Inleiding
Lancering van het Wereldbevolkingsrapport 2010
De situatie in de Democratische Republiek Congo
Politiek debat
Workshops
Lezing Maarten Brouwer en aanbevelingen
Column Alexander Kohnstamm
Caecilia van Peski
en aanbevelingen aan de VN
Afsluiting

Workshops
Workshop 1. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325
Workshop 2. Seksuele en reproductieve gezondheidsrechten in emergencies
Workshop 3. Financiering voor 1325: nieuwe rol bedrijfsleve
Workshop 4. Masculinity: rol van mannen in cultuuromslag
Workshop 5. Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties
in het Noorden.

De viering van 10 jaar UNSCR 1325 is tot stand gekomen mede dankzij:
Cordaid, ICCO, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Oxfam Novib, WO=MEN en Platform Vrouwen & Duurzame Vrede
Verslag: Janne Poort -van Eeden
Eindredactie: Ted Strop - von Meijenfeldt (Platform Vrouwen & Duurzame Vrede)

 

Voorwoord

Gezamenlijke inzet en veel creativiteit vormden de ingrediënten voor een bijzondere bijeenkomst. Gedragen door WO=MEN en het Platform Vrouwen en Duurzame Vrede is de viering in Nederland van het 10-jarig bestaan van VN Veiligheidsraadresolutie 1325 een succes geworden omdat het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Cordaid, Oxfam/Novib en ICCO financieel bijdroegen. Maar ook omdat vele andere NGO’s zich hebben ingespannen om de verschillende workshops vorm en inhoud te geven.

Zoals de totstandkoming van de resolutie in 2000 het resultaat was van de gezamenlijke lobby van de internationale vrouwenbeweging, welke tijdens de 4e VN Wereldvrouwenconferentie in Beijing in 1995 was begonnen, zo was de viering op 19 oktober 2010 het resultaat van de inzet van velen. Hen allen is dank verschuldigd!
Organisaties uit de (vrouwen)vredesbeweging en de ontwikkelingsorganisaties hebben sinds 2005 druk uitgeoefend voor de aanname van een Nationaal Actieplan (NAP) 1325. De ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Binnenlandse Zaken samen met vele NGO’s zetten eind 2007 hieronder hun handtekening. Sindsdien werken zij samen aan de implementatie van het NAP.

De viering van 10 jaar 1325 kreeg daarom een tweeledige doelstelling:
- een doorgaand commitment van de Nederlandse politiek, en
- het doorgeven van de boodschap aan de jongere generatie.
Beide doelstellingen werden op 19 oktober bereikt. Het gehele pallet van de Nederlandse politieke partijen was bij de viering vertegenwoordigd en sprak zich uit voor continuering van het NAP 1325. Onder de aanwezigen waren veel jongere, en op dit terrein nieuwe, gezichten te onderscheiden.

De zeer levendige discussies tijdens de gehele bijeenkomst bevestigen de gekozen strategie. Wij hopen, dat deze energie en creativiteit in de samenwerking ook in de toekomst ingezet blijft worden voor hen, die slachtoffer zijn en worden van gewapende conflicten. En dat zijn vooral vrouwen en kinderen.

Ted L.E. Strop-von Meijenfeldt
Voorzitter Platform Vrouwen en Duurzame Vrede

Elisabeth van der Steenvoorden
WO=MEN Dutch Gender Platform

 

Algemeen verslag

Inleiding


De viering vindt plaats in het Museum voor Communicatie, hetgeen een extra feestelijk tintje aan de conferentie geeft. Er zijn ongeveer 170 deelnemers, alle stoelen zijn bezet. De grote meerderheid bestaat uit vrouwen, maar erzijn ook enkele mannen aanwezig. Dagvoorzitter voor het eerste gedeelte is Christa Meindersma (Center for Strategic Studies).

Elisabeth van Steenhoven, coördinator van WO=MEN, heet de aanwezigen welkom. Met name een hartelijk welkom voor Claudine Tsongo Mbalamya uit DR Congo, oprichtster en coördinator van ‘Dynamique des Femmes Juristes’ , die speciaal voor de gelegenheid naar Nederland is gekomen. Een zelfde welkom aan Mevr. Purnima Mane, deputy Secretary General van het UNFPA.

Op 31 oktober 2000 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met algemene stemmen resolutie 1325 aan, over Vrouwen Vrede en Veiligheid. Hierin wordt opgeroepen tot bescherming van vrouwen en meisjes tegen seksegerelateerd geweld in situaties van gewapend conflict en tot een grotere inbreng van vrouwen bij het voorkomen en oplossen van gewapende conflicten en bij vredesopbouw.

Vandaag vieren we dat er al veel is bereikt, maar dat er nog veel meer gedaan moet worden om Resolutie 1325 verder te implementeren, in Nederland en wereldwijd. Straks zal er een debat zijn met politici van zes politieke partijen. Het zal hierbij niet gaan om het scoren van politieke puntjes, maar om het zoeken naar consensus, over wat de overheid in samenwerking met het maatschappelijk middenveld kan doen aan het uitbouwen van het Nederlands Actieplan (NAP) voor 1325.

 

Lancering van het Wereldbevolkingsrapport 2010


Eerst is er nog een bijzonder moment vanwege de aanwezigheid van Mevrouw Purnima Mane, van het VN Wereldbevolkingsfonds (United Nations Population Fund, UNFPA). Zij lanceert hier – een dag voor de officiële mondiale lancering – het Wereldbevolkingsrapport 2010 van de UNFPA. De titel daarvan luidt: “Van conflict en crisis naar vernieuwing: generaties van verandering”.

Mevrouw Purnima Mane verklaart in haar toespraak dat de economische crisis in de wereld en de vele met wapens uitgevochten conflicten vooral de zwaksten treffen, met name vrouwen en kinderen. Conflicten en crises versterken de ongelijkheid tussen mensen, maar bieden aan de andere kant ook mogelijkheden voor positieve verandering. De cyclus van crisis en onderontwikkeling moet vervangen worden door een cyclus van rechten en stabiliteit.

Na een crisis is de wederopbouw van een maatschappij net zo belangrijk als het weer opbouwen van bruggen en huizen. Vooral vrouwen kunnen en moeten daarin een grote rol spelen en er voor zorgen dat de wederopbouw geen reconstructie wordt, maar transformatie. Dat niet de oude onderdrukkende structuren weer worden hersteld, maar dat er een maatschappij van gelijkwaardigheid ontstaat.

De publicatie van het Wereldbevolkingsrapport valt samen met de viering van 10 jaar resolutie 1325. Deze resolutie heeft het zicht op geweld tegen vrouwen veranderd; zij worden niet meer over het hoofd gezien. Samen met andere organisaties helpt UNFPA landen om resolutie 1325 en aanverwante resolutie te vertalen naar concrete daden.

 

De Situatie in de Democratische Republiek Congo:


Het woord is dan aan Mevrouw Claudine Tsongo Mbalamya, juriste en vredesactiviste uit de Democratische Republiek Congo (DRC). Zij spreekt in het Frans; haar toespraak wordt vertaald door een tolk. Mevrouw Claudine Tsongo Mbalamya komt uit het Noorden van de DRC. Zij heeft kunnen studeren en geeft les aan de universiteit. Omdat zij in deze bevoorrechte positie verkeert, vindt zij dat zij iets moet doen om anderen te helpen. Daarvoor heeft ze de organisatie ‘Dynamique des femmes juristiques’ opgericht. Zij stelt dat deelname van vrouwen in alle sectoren van het maatschappelijk leven geen gunst is, die mannen verlenen, maar een recht van vrouwen. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn.

De staat moet de vrede en veiligheid van vrouwen en mannen garanderen. Dit staat in de DRC wel in de grondwet, maar het werkt niet. Met ingehouden emotie vervolgt ze: Wat is er terecht gekomen van 10 jaar resolutie 1325?
Mensen sterven nog steeds van de honger; er wordt haast niets aan landbouw gedaan en het lichaam van vrouwen wordt gebruikt als een matras voor de soldaten.

Ook zijn er veel te weinig vrouwen betrokken bij het bestuur van het land; van de 570 zetels in het parlement worden
er 43 door vrouwen bezet. Er zijn maar vier senatoren vrouw. Wel zijn vrouwen veelal slachtoffers in de oorlog, maar in het vredesproces hebben zij geen enkele stem. Zelfs bij vredesmissies is minder dan 10 % vrouw. Soms is een symbolisch budget beschikbaar voor initiatieven van vrouwen. Maar er is in de afgelopen 10 jaar gewoon niets terechtgekomen van 1325.

In de DRC is 52 % van de bevolking vrouw. Het is onlogisch om ze niet als gelijkwaardig te zien aan mannen. Het is bewezen dat juist vrouwen de mensen bij elkaar weten te brengen. Vrouwen nemen initiatieven, laten hun
stem horen. Ze zeggen ‘nee’ tegen de oorlog, tegen de agressie, tegen het leeghalen van natuurlijke hulpbronnen. Ze zeggen ‘ja’ tegen wederopbouw en werken daar ook aan.

Maar dat werk van vrouwen moet niet alleen informeel en in de coulissen blijven. Hun werk moet zichtbaar worden en officieel. Overheden moeten financiële middelen beschikbaar stellen voor hun acties en strategieën. Zij doet een klemmend beroep op de overheid om 1325 werkelijk uit te voeren.

Politiek debat

(verslag van Henk Zandvliet van NEAG Alternatieven voor Geweld)

Het hierop volgende debat staat onder leiding van Christa Meindersma, van het Center for Strategic Sudies. Tijdens het debat worden op het grote scherm foto’s getoond van de Ghanese fotograaf Kwabena Danso, winnaar
van de onlangs gehouden ‘Pathways to womens empowerment competition’.

Deelnemers aan het debat zijn:
- Arjan el Fassed (GroenLinks)
- Kathleen Ferrier (CDA)
- Peter Heinze (PvdA)
- Wim Kortenoeven (PVV)
- Stientje van Veldhoven (D66)
- André Bosman (VVD)
Vlnr Peter Heinze, Arjan El Fassed, Stientje van Veldhoven, Wim Kortenoeven, Kathleen
Ferrier

Vraag 1. Is het noodzakelijk te investeren in vrouwen en meisjes in conflictgebieden?

Ferrier: Natuurlijk is dat noodzakelijk. Het CDA heeft als enige politieke partij in het verkiezingsprogramma aandacht geschonken aan Resolutie 1325. Maar er is meer nodig om de inhoud van de resolutie tussen de oren te krijgen bij alle beleidsmakers. Van alle 27 EU-lidstaten zijn er tot nu toe maar 9 met een eigen Nationaal Actieplan. We moeten vrouwen zichtbaarder maken in vredesmissies en in politieke organen.

Van Veldhoven: Niet investeren in vrouwen is geen optie. Vooral zullen we moeten investeren in rolmodellen zoals Claudine Tsongo Mbalamya.
Daarnaast wil ik aandacht vragen voor de vraag hoe mannen ermee omgaan.

Kortenoeven: Laten we hier geen gratuite opmerkingen maken over investeren in vrouwen, maar ons bewust zijn van de grote cultuurverschillen in deze wereld. De PVV staat pal voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen, maar er is nog een lange weg te gaan. Neem Afghanistan: in maart 2009 heeft president Karzai een aantal wetten afgekondigd die de positie van vrouwen nog verder verslechteren. Dat heeft alles te maken met de cultuur in
zo’n land.

Heinze: Minister Koenders heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor de positie van vrouwen en meisjes: om die te versterken in het juridische systeem, maar ook als het gaat om politietrainingen bijvoorbeeld. Vrouwen
vormen in conflictgebieden de meest kwetsbare groep, maar tegelijkertijd zijn ze enorm belangrijk als bindende factor.

El Fassed: Ik wil even terugkomen op Afghanistan: GroenLinks heeft destijds al aan minister Koenders gevraagd om concrete stappen te zetten. Maar we moeten ons niet alleen richten op regeringen, het gaat ook om samenwerking op het niveau van het maatschappelijk middenveld.

Kortenoeven: De mogelijkheden om invloed uit te oefenen zijn niet altijd hetzelfde. In het geval van Congo zijn die mogelijkheden er, maar in het geval van Afghanistan niet. Daar hebben mannen alle macht en het duurt nog
tientallen jaren om daar wat aan te veranderen.

Ferrier: Ook in Afghanistan zijn tal van voorbeelden van vrouwen die zich daartegen verzetten en die er bijvoorbeeld in geslaagd zijn om door te dringen tot het parlement. Die genieten de steun van een aanzienlijke
achterban en wij kunnen hen ondersteunen.

Van Veldhoven: Het is waar dat we rekening moeten houden met de lokale situatie, maar overal zijn mogelijkheden om autonome ontwikkelingen te versterken. Hier ligt ook een taak voor de ambassades.

Kortenoeven: Als Karzai weer in Nederland op bezoek komt, moeten we hem hierop aanspreken.

Ferrier: Dat is ook al gebeurd toen hij hier de laatste keer was.

Vraag uit de zaal: er zijn verschillende landen genoemd, maar ik kom uit Koerdistan en daar is ook sprake van veel geweld tegen vrouwen. Wat gaan jullie daaraan doen?
De voorzitter belooft hier later op terug te komen.

Opmerking uit de zaal: De sleutelvraag is of er ook geïnvesteerd wordt in (kleine) vrouwenorganisaties.

Vraag 2. Hoe belangrijk is politieke participatie van vrouwen en hoe kunnen zij betrokken worden bij de rechtsgang?

El Fassed: Op dit punt is er nog een wereld te winnen. Een goed voorbeeld zijn onderhandelingsdelegaties die meedoen aan vredesbesprekingen. Die bestaan vrijwel altijd uit alleen mannen en Nederland zal er aan moeten
werken om daar wat aan te doen. Hoe? Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat meer vrouwen gaan deelnemen aan de trainingsprogramma’s voor jonge diplomaten die verzorgd worden door het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een ander punt is de Security Sector Reform (SSR). Vrouwen die aangifte willen doen van verkrachtingen mogen niet het gevaar lopen om opnieuw te worden verkracht. En hun aangifte zal serieus genomen moeten worden.

Kortenoeven: Sommige landen kun je onder druk zette, maar andere niet. In Somalië bijvoorbeeld kan dat niet. Daarom is maatwerk nodig: paria's zul je ook als zodanig moeten behandelen. Maar je hebt meer invloed in een land als Saoedi-Arabië waar vrouwen verschrikkelijk worden achtergesteld en niet eens een auto mogen besturen.

Van Veldhoven:We moeten er wel voor waken dat sommige landen noiet worden opgegeven, waarmee we de vrouwen daar in de steek zouden laten. Want in elk land zijn er vrouwen die zich verzetten en voor hun rechten opkomen. zij verdienen onze steun.

Kortenoeven: Maar hoe wil je dat dan doen in en land als Somalië zonder enig centraal gezag?

Heinze: Je moet niet in de eerste plaats kijken naar het regiem, mar naar de veranderingskrachten. Die moet je steunen. Dat is moeilijk, dat kost tijd. Maar het is wel noodzakelijk.

Ferrier: Natuurlijk is de situatie in een land als Nicaragua totaal anders dan in Somalië. We zullen moeten focussen wat de mensen zelf willen. Gelukkig kennen we in Nederland een situattie waarin niet alleen sprake is van een relatie tussen regeringen, maar we hebben hier een sterk maatschappelijk middenveld dat een actieve rol vervult.

Kortenoeven: We moeten wel onze beperkingen kennen: we kunnen ons niet in 200 landen inzetten voor vrouwenrechten.

Ferrier: Het gaat niet om al die landen tegelijk. Veel vrouwen hier in de zaal richten zich op vrouwen in één bepaald land en dat is prima, dat moeten we koesteren.

El Fassed: Ik wil terugkomen op Somalië. In de beeldvorming is dat een land waar alleen maar piraten wonen, maar er gebeurt veel meer. Op lokaal niveau spelen vrouwen daar een heel belangrijke rol, onder meer in de bemiddeling
bij geschillen tussen stammen.

Heinze: Het is ook belangrijk, dat handelsmissies aandacht schenken aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Vraag uit de zaal: In veel landen zijn de rechten van vrouwen op papier wel vastgelegd, maar in de praktijk komt er niks van terecht. Een voorbeeld is de Protection Order in Zuid-Afrika. Wat kan Nederland daaraan doen?

Ferrier: Dat soort problemen worden vaak aan de orde gesteld door lokale vrouwenorganisaties en die worden vanuit Nederland ondersteund vanuit de gender-gerelateerde projecten van organisaties als ICCO, Cordaid, Oxfam
Novib en Hivos. Ook zijn er kerkelijke initiatieven en initiatieven vanboerenorganisaties. Wat altijd voorop moet staan is: wat willen de mensen daar zelf? Daar kun je op verder bouwen.

Van Veldhoven: Hier ligt ook een taak voor de regering om zulke problemen bij de Zuid-Afrikaanse regering aan te kaarten. Daarom zijn zulke signalen van groot belang.

Opmerking vanuit de zaal: We moeten er ook op letten dat we vrouwen in ons eigen land niet van ons vervreemden. Dus niet aankomen met een boerkaverbod of dat soort discriminerende maatregelen.

Kortenoeven: Ik ben verbijsterd dat uitgerekend hier een zo belangrijk teken van vrouwenonderdrukking als het dragen van een boerka wordt ondersteund.

Vraag 3. Heeft het panel suggesties voor het toekomstig Nederlands beleid ten aanzien van de implementatie van Resolutie 1325?

Heinze: Hoewel ik niets over vrouwenrechten heb gelezen, ben ik wel blij met de blijvende aandacht in het regeerakkoord voor mensenrechten. Het grote probleem zit hem erin dat er geen sprake is van een visie over het te voeren buitenlands beleid, anders dan vanuit het economische belang. We zullen moeten zoeken naar ‘drivers of change’ en helpen om politiekeveranderingen teweeg te brengen ter verbetering van de positie van vrouwen.
Dat betekent steun geven aan maatschappelijke en vrouwenorganisaties, óók in conflictgebieden.

El Fassed: Ik pleit ervoor om in het kader van de 3 D-benadering (Defence, Diplomacy, Development) veel meer rekening te houden met vrouwen. Nodig is ook scholing hierover van uitgezonden militairen. Een ander punt is de
kwestie van de verantwoording. In VN-verband zal er geregeld moeten worden dat landen die zich niet houden aan Resolutie 1325, daarop worden aangesproken.

Van Veldhoven: Ik ondersteun dit laatste pleidooi. Daarnaast constateer ik dat er sprake is van een grote versnippering op het punt van de kennisontwikkeling en daar ligt een taak voor Nederland. Ook zullen veel
meer landen een Nationaal Actieplan moeten ontwikkelen en ook de Europese Unie. Tenslotte is er blijvend structurele aandacht nodig voor de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen.

Kortenoeven: De knelpunten verschillen niet alleen per land, maar vaak ook per stam binnen een land. We moeten ook durven benoemen dat het soms ligt aan de islamitische cultuur. De helft van de wereldbevolking wordt
bedreigd door deze vijandige ideologie.

Ferrier: Het gaat niet om religie, wel is er in veel gevallen sprake van cultuurgebonden problemen en daar moet je rekening mee houden. Ik heb via schriftelijke vragen al aan de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken
gevraagd of hij het beleidsvoornemen van zijn voorganger zal overnemen omerop aan te dringen dat alle 27 EU-lidstaten een Nationaal Actieplan 1325 opstellen. We zullen daarnaast handhavers van de vrede, bijvoorbeeld in het
kader van VN-missies, beter moeten toerusten op het punt van de culturelerealiteit en de positie van vrouwen. Ook zullen veel meer vrouwen van die missies deel moeten gaan uitmaken. Via kennisoverdracht en scholing zullen
we moeten bijdragen aan het versterken van de juridische positie van vrouwen en daarnaast zullen we meer oog moeten hebben voor hun politieke vertegenwoordiging.

Bosman: Excuses voor mijn latere binnen komst. Ik ben jachtvlieger bij de luchtmacht en ik pleit voor meer vrouwen in de krijgsmacht. Dat geeft een andere dynamiek en daarom: dames, solliciteer bij de krijgsmacht! We zullen verder
voorzichtig moeten zijn met de gewenste veranderingen en niet teveel met een westerse bril op moeten kijken naar een land als Afghanistan en denken: dat regelen we wel even snel. Het komt erop aan een tijdpad te kiezen in
samenspraak met de lokale bevolking, met name vrouwen. Want als dat nietrealistisch is, haken mensen af.

Vraag uit de zaal: Wat vinden de panelleden ervan om ten aanzien van de uitvoering van Resolutie 1325 een rol toe te kennen aan UN Women, dat immers een universeel mandaat heeft? Verder verdient het aanbeveling om
binnen de EU te pleiten voor een multi-stakeholdersbenadering bij detotstandkoming van het Actieplan, waarmee we in Nederland zulke goede ervaringen hebben opgedaan.

Vraag uit de zaal: Hoe staan de panelleden tegenover eenvoortzetting van het Nationaal Actieplan, ook ná 2011?

Vraag uit de zaal: Wat doet Nederland aan de situatie in de DRC?

Opmerking vanuit de zaal: Het is ook belangrijk om vrouwen uit hun isolement te halen. Zelf ben ik 15 jaar geleden vanuit Irak hierheen gekomen. Daar werkte ik als lerares, maar hier kom ik niet aan het werk.

Bosman: Ik ben geen woordvoerder Defensie, dus ik kan geen toezeggingen doen, maar ik zal wat hier gezegd is, mee terugnemen naar de fractie. Voor ons is de bestrijding van de achterstelling van vrouwen een heel belangrijk
punt.

Ferrier: Wij hebben in het debat met de minister-president aan de vooravond van de Algemene Vergadering van de VN al aandacht gevraagd voor de taakinvulling van UN Women en wat ons betreft is Resolutie 1325 daarin een
belangrijke prioriteit. Ik ben het ermee eens dat we na 2011 met het Nationaal Actieplan moeten doorgaan, want we zijn nog niet klaar. Wat de laatste spreekster betreft: droevig om te horen dat u wel aan de slag wilt maar
daar niet de kans toe krijgt. We moeten in Nederland alle talenten benutten en mensen zoveel mogelijk laten participeren.

Kortenoeven: Voor ons is de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen een cruciaal punt en we zetten ons er dan ook keihard voor in om moslimvrouwen te bevrijden uit hun beknelling.

Van Veldhoven: Ik ben het ermee eens dat UN Women een belangrijke taak krijgt ten aanzien van Resolutie 1325 en dat we na 2011 moeten doorgaan: voor de periode daarna zal er een nieuw Actieplan moeten komen. Ook D66 is
ervoor om mensen, ongeacht hun afkomst, alle kansen te bieden om te participeren in de Nederlandse samenleving. Tenslotte nog over de recente berichten over massale verkrachtingen in de DRC: dat is een tragedie en we zullen dat opnieuw aankaarten bij de minister van Buitenlandse Zaken.

El Fassed: Ook ik ben ervoor om het Nationaal Actieplan te verlengen. Wat de VN betreft moeten we Resolutie 1325 niet in de eerste plaats zien als een institutioneel probleem. Het is niet alleen een zaak voor UN Women en we
moeten ervoor waken dat het ook bij andere onderdelen van de VN tussen de oren komt en blijft. Wat de situatie in de DRC betreft: daarvoor heeft GroenLinks de aandacht gevraagd in het recente debat met de ministerpresident,
want er kan geen sprake zijn van straffeloosheid.

Heinze: Ook ik ben voor verlenging van het Nationaal Actieplan. Verder moet er sprake zijn van een brede aandacht voor Resolutie 1325, ook met het oog op de coherentie van beleid. Daar zal de PvdA zich ook in Brussel sterk voor
maken. Tenslotte nog over de DRC: de situatie daar had altijd al volop de aandacht van minister Koenders en we zullen deze als PvdA nauwlettend in de gaten blijven houden.


Workshops

Na het debat is het tijd voor de workshops, die in verschillende zalen gehouden worden.
De deelnemers verdelen zich over de vijf workshops:
1. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325, georganiseerd door het Ministerie van Defensie
2. Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in emergencies, georganiseerd door het World Population Fund
3. Financing for 1325: nieuwe rol bedrijfsleven, georganiseerd door Cordaid
4. Masculinity: rol van mannen in cultuuromslag, georganiseerd door WO=MEN en IFOR’s Women Peacemakers Program (WPP)
5. Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties in het Noorden, georganiseerd door Gender Concerns International en het Multicultural Women Peacemakers Network
De verslagen van de afzonderlijke workshops zijn te vinden verderop in dit verslag.

Na afloop van de workshops is er een korte pauze waarin de deelnemers hun plaatsen weer innemen in de plenaire zaal. Tijdens deze pauze brengen de notulisten van de workshops de aanbevelingen die in de workshops zijn
ontwikkeld naar de plenaire zaal, waar ze in een power pointpresentatie worden gezet.

Defensie

Na de workshops neemt Alide Roerink de taak als dagvoorzitster over.
Zij vraagt Kapitein Groothedde iets te zeggen vanuit de workshop over de Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325.

Kapitein Groothedde benadrukt dat Defensie zal blijven communicerenmet allerlei organisaties op het terrein
van gender. Er valt nog veel te leren. Vooral is het belangrijk dat doelen concreter worden, met een tijdpad en
haalbare targets, zodat er duidelijke orders gegeven kunnen worden. Samenwerking met Buitenlandse
Zaken blijft voorop staan.

Lezing Maarten Brouwer en aanbevelingen

Dan is het woord aan een vertegenwoordiger van de regering, Maarten Brouwer, ambassadeur voor Ontwikkelingssamenwerking bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De nieuwe staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, de heer Ben Knapen, die op het programma onder voorbehoud staat aangekondigd, wil nog niet in het openbaar optreden voordat deregeringsverklaring uitgesproken is.

Maarten Brouwer vraagt om niet al te hoge verwachtingen te hebben van zijn bijdrage; het nieuwe kabinet heeft zich nog niet gepresenteerd. Hij zegt: de visie op vrouwen in conflictgebieden is een actueel thema. Steeds meer
vrouwen treden op de voorgrond. Ook wordt het kiezen voor de positie van vrouwen serieus genomen, zoals hijzelf onlangs heeft gemerkt bij een bezoek aan Soedan.
Hij vat nog een keer het belang van resolutie 1325 samen:
- Het gaat officieel om de bescherming van vrouwen; er moet een omgeving gecreëerd worden waar vrouwen veilig zijn.
- Vrouwen zijn belangrijke vredestichters, zij horen aan de onderhandelingstafel.
- Tijdens conflicten zien vrouwen vaak openingen van begrip voor beide kanten.
- Onderdrukking van de rechten van vrouwen vergroot de onveiligheid in de hele wereld.

Wat doet Nederland in dit opzicht? Nederland heeft een lange geschiedenis in mensenrechten en dus in vrouwenrechten. De totstandkoming van het Nationaal Actieplan (NAP) en ook het NAP zelf laten zien, dat de
vrouwenbeweging serieus genomen wordt. Alle ondertekenaars zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. Dus
ook de overheid heeft een verantwoordelijkheid.

Bij de uitvoering gaat er nog steeds veel mis, zie bijvoorbeeld Congo en Somalië. Maar er is wel veel aandacht voor, een voorwaarde voor verbetering.

Het gender perspectief is niet alleen een kwestie van rechten, maar ook een kwestie van effectiviteit. Juist om goede resultaten te bereiken is aandacht voor gender belangrijk. Dus ook al wordt gender niet genoemd in het regeerakkoord, impliciet is er wel aandacht voor, omdat effectiviteit van maatregelen voorop staat. We moeten investeren in vrouwen en meisjes via opvoeding en scholing. Rechten tellen voor iedereen.

Na de toespraak van Maarten Brouwer krijgt hij als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering het Wereldbevolkingsrapport 2010 aangeboden door mevrouw Pumima Mane, als officiële vertegenwoordigster van de Verenigde Naties (die dit jaar ook een jubileum – 65 jaar – vieren). Zij merkt daarbij op dat Nederland een belangrijke donor is voor dit rapport en voor vrouwenzaken en de rechten van achtergestelde groepen.

Aanbevelingen aan de Nederlandse politiek

De aanbevelingen uit de workshops worden op het scherm geprojecteerd.
Marijke de Jong, voorzitster Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging/
Nieuwe Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Utrecht (U.V.S.V./N.V.V.S.U) leest ze voor:

Workshop 1. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325: Voortzetten samenwerking tussen defensie en IS.
Workshop 2. Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in noodsituaties: Maak SRGR in noodsituaties een prioriteit in het Nederlandse beleid. Onder SRGR in noodsituaties verstaan we toegang tot family planning, zorg rondom bevalling, spoed obstetrische zorg, medische zorg na verkrachting inclusief noodcontracepti, veilige abortus,
preventie en behandeling van soa’s including HIV.
Workshop 3. Financing for 1325: nieuwe rol bedrijfsleven Verbinden van buitenland instrumentarium aan OESO + ILO richtlijnen
Workshop 4. Masculinity: mannen en 1325: Er is een tweesporen-beleid nodig.
1: empowerment van vrouwen en de versterking van de vrouwenbeweging in oorlogsgebieden
2: Verbreding van de gandersensitieve benadering met aandacht voor de ervaringen en rollen zowel van vrouwen en mannen, hoe zij samen kunnen werken om de doelen van 1325 (Vrouwelijk leiderschap, participatie en preventie)te behalen, waaronder betrekken van mannen als positieve rolmodellen en erkennen van hun slachtofferrol, ook voor preventie
Workshop 5. Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties
Erkenning van de speciale rol die diaspora en migrantenvrouwen kunnen spelen als bruggenbouwers in het kader van 1325. Daarbij toegang tot middelen (resources)

Algemene aanbeveling van de Werkgroep 1325 van WO=MEN: Aanstelling van een gezant Vrouwen, Vrede en Veiligheid naar Deens voorbeeld.

Alexander Kohnstamm
Alexander Kohnstamm, directeur van Partos, de brancheorganisatie van ontwikkelingsorganisaties, is uitgenodigd
om een column te spreken. Hij houdt een humoristisch pleidooi voor samenwerking tussen verschillende werelden (onverwachte bedgenoten), tussen partners hier en in het Zuiden. Zoek gezamenlijke doelen en strategieën vanuit verschillende invalshoeken. Steun aan vrouwen loont:
- zij zijn early warners, bruggenbouwers, en vechten niet tegen elkaar maar sluiten bondgenootschappen om samen te
vechten voor de toekomst van hun kinderen. Zo moet de wereld veranderen en daarom staat hij hier ook eigenlijk als
vrouw.

Caecilia van Peski
Het was de bedoeling dat er een skype-verbinding tot stand zou komen tussen deze viering en Caecilia van Peski, dit jaar de Nederlandse vrouwenvertegenwoordigster bij de VN. Haar was gevraagd om mee te luisteren naar het verhaal vanuit de regering (Maarten Brouwer) en de aanbevelingen en daar dan een reactie op te geven. De organisatie heeft naarstig geprobeerd om contact met haar te krijgen, maar het lukte niet. Wel
is haar foto vertoond en er is aanbevolen om haar speech voor de VN te lezen, omdat de aanbevelingen (actiepunten) daarin zeer de moeite waard waren. In de geest was zij dus wel aanwezig.
De vijf actiepunten uit haar speech voor de VN zijn:
* Stimuleer en ondersteun juridische en institutionele structuren en electorale systemen die een gelijkwaardig speelveld bieden aan alle burgers, inclusief de mogelijkheid voor vrouwen om te stemmen en publieke functies te
vervullen.
* Bevorder vormen van werkelijke democratie en ‘good governance’ die meer mogelijkheden creëren voor meer mensen – inclusief vrouwen – om direct deel te nemen aan democratische processen in hun gemeenschap.
* Biedt vrouwenorganisaties actieve steun, zodat zij hun bijdragen kunnen leveren aan de ontwikkeling van vrede en democratie in hun gemeenschap, en aan de ‘empowerment’ van vrouwen in alle gelederen en op alle niveaus,
ook in de VN organisatie zelf.
* Bevorder en steun de ontwikkeling van Nationale Actie Plannen voor de implementatie van Resolutie 1325 in alle lidstaten, met voorrang voor fragiele staten.
* Stimuleer en steun de ontwikkeling en inwerkingstelling van ‘early warning systems’ die de voordelen van vrouwen als ‘agents of change’ volledig benutten om het uitbreken van conflicten effectief te voorkomen.)



Aanbevelingen uit de workshops aan de Verenigde Naties

Elke Bos, ook studente in Utrecht en lid van de UVS, presenteert deze aanbevelingen, die zullen worden vertaald en gepresenteerd door de Nederlandse delegatie bij de Algemene Vergadering van de VN in New York.

Workshop 1. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325:
Concretisering van 1325. Zorg dat er tastbare outputs komen zodat het leidt tot heldere ‘orders’

Workshop 2. Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in emergencies:
Maak SRGR in noodsituaties tot prioriteit. Onder SRGR in noodsituaties verstaan we toegang tot family planning, zorg rondom bevalling, spoed obstetrische zorg, medische zorg na verkrachting inclusief noodcontracepti, veilige abortus, preventie en behandeling van soa’s including HIV.

Workshop 3. Financing for 1325: nieuwe rol bedrijfsleven
Samenwerking met Global Compact en uitwisselen met succesvolle bedrijven initiatieven (oa Nokia)

Workshop 4. Masculinity: mannen en 1325:
Er is een tweesporen-beleid nodig.
1: empowerment van vrouwen en de versterking van de vrouwenbeweging in oorlogsgebieden
2: Verbreding van de gendersensitieve benadering met aandacht voor de ervaringen en rollen zowel van vrouwen en
mannen, hoe zij samen kunnen werken om de doelen van 1325 (Vrouwelijk leiderschap, participatie en preventie)te
behalen, waaronder betrekken van mannen als positieve rolmodellen en erkennen van hun slachtofferrol, ook voor preventie

Workshop 5. Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties
Fysieke vertegenwoordiging van diaspora en migrantenvrouwen bij vredesonderhandelingen

 

Afsluiting

Alide Roerink sluit de dag af met enkele concluderende opmerkingen:
Voor een effectieve implementatie van resolutie 1325 is een lange adem nodig.
Zorg dat je het momentum van deze dag aangrijpt, door bijvoorbeeld follow-up gesprekken met de kamerleden. Verbindingen en samenwerking is nodig tussen Nederland en de VN, met het bedrijfsleven, met jonge mensen en met mannen. Dan is het niet meer: Vrouwen Vrede Veiligheid, maar Gender Vrede Veiligheid.
Maak ook gebruik van de sociale media en zorg voor een harmonie tussen ons aller mannelijke en vrouwelijke kanten.
Stap in een vervolgproces, zodat 1325 inderdaad werkelijkheid wordt.

 

Verslagen van de workshops

Workshop 1. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325

Georganiseerd door het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Geschreven door Marieke Krikhaar

Tijdens de vredesonderhandelingen wordt er nog te vaak alleen gericht gesproken met mannen. Hierdoor wordt er een belangrijke groep (vrouwen) buitengesloten bij vredesontwikkelingen. Een voorbeeld is het probleem van strategisch verkrachten van vrouwen in oorlogsgebieden. Om dit efficiënt aan te pakken moet er ook met vrouwen worden gesproken, niet alleen met mannen. oor alleen met mannen te praten sluit je een efficiënte duurzame oplossing uit.

Ten tweede wordt er geen rekening gehouden met de rechten van de vrouw bij het opstellen van de vredesakkoorden. Nog te vaak hebben vrouwen geen recht op land, terwijl vrouwen wel degenen zijn die op het land werken. Met het opstellen van vredesakkoorden wordt dit vaak vergeten.

De bescherming van de vrouw wordt tijdens de opleiding voor rechtspraak niet besproken. Vrouwen worden nog te vaak gezien als slachtoffer en niet als actor of change & peace.

Een compleet nieuwe visie die de rol van vrouwen in vredesprocessen erkent is hard nodig om vrouwen juist te ondersteunen in post conflict gebieden.

Nederland & Defensie

Defensie heeft het contact met vrouwen in post conflict gebieden sterk verbeterd. Hierbij steunt het op de werkzaamheden van NGO's. Maar de realiteit laat zien dat NGO's nog vaak te versnipperd zijn om vrouwen werkelijk te helpen en ondersteunen.
Vanuit het perspectief van Defensie : hoe kunnen we de bescherming van vrouwenverbeteren?
- trainingspakketten gemaakt gericht op het onderwerp ‘verkrachting’
- Documentaire “Weapon of War” wordt gebruikt als beeldmateriaal voor training militairen
- Mentaliteitsverandering nodig die gender-sensitief is
- De 3D-benadering (Democratie, Defensie, Diplomatie) voortzetten

Praktijkervaringen: Kapitein Steffie Groothedde:
Defensie streeft naar 12% vrouwen in dienst:
Wat heeft het op het gebied van Gender
gebracht?
* “Gender Force Project” opgezet in 2004
* Gender checklist integreren in toetsingskader: Wat zijn de resultaten in Afghanistan?:
* Alleen door communiceren kom je achter de mindset van vrouwen in Afghanistan
* Contact met vrouwen geeft de achterliggende werking van een samenleving beter weer. Het doorbreekt het imago van de
mannencultuur
* Vrouwelijke militairen zijn onmisbaar tijdens missies (in het geval van bijvoorbeeld vertalen en fouilleren, zijn vrouwen zeer
belangrijk)
* Vrouwen uit eigen cultuur geven militairen zelf de “tools” hoe om te gaan met vrouwen in Afghanistan. Het is heel belangrijk om de culturele context te bestuderen.
* In contact blijven na de missie is onmisbaar. We moeten leren van elkaars ervaringen om oplossingen te vinden die nodig zijn om vrouwen beter te beschermen.

Workshop 2 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in emergencies

Georganiseerd door het World Population Fund
Geschreven door Afran Groenewoud
De introductietoespraak tijdens de workshop Sexual and Reproductive Human Rights draaide om één belangrijke stelling: ‘Sexuele reproductieve rechten worden wereldwijd te weinig gewaarborgd’. ‘Hoe kan deze waarborging beter worden gerealiseerd?’ was de logische hoofdvraag die uit deze door niemand weersproken stelling de workshop domineerde.
Te hoge moeder- en kindsterfte, oorlogen en gewapende conflicten en inbreuken op de lichamelijke integriteit werden tijdens de workshop benoemd als voorbeelden van het ontbreken van ‘sexual and reproductive human rights’. Het grootste knelpunt naar het daadwerkelijk realiseren van reproductive rights is volgens de deelnemers, gespreksleiders en sprekers van de workshop is de lage participatie van vrouwen in alle lagen van samenlevingen. Bovendien hebben veel vrouwen weinig toegang tot medische zorg.
Helaas nemen sommige sprekers een vorm van ‘gendervermoeidheid’ aan bij donoren, wellicht ingegeven door het ondanks alle inspanningen stagneren, soms zelfs verslechteren van de positie van vrouwen en hun sexuele reproductieve rechten. Dat baart zorgen, want ook in moeilijke omstandigheden zullen sexualiteit en reproductie blijven bestaan. En zonder gestructureerde aanpak zal dit zo blijven met alle nu bestaande problemen
Toch is er ook hoop: met relatief weinig inspanning kan veel resultaat worden geboekt. Het beschikbaar maken van voorbehoedsmiddelen ontvangt op dit moment minder dan twee procent van het beschikbare budget voor de Official Development Aid. Toch kan dit de vrouwsterfte doen verminderen met 25 tot 30 procent. Verder zijn programma’s die inzetten op materiaal-KIT’s, veilig bevallen en – naast veilige abortus – preventie andere voorbeelden van ‘eenvoudige’ oplossingen die sexuele reproductive rights beter kunnen helpen realiseren.

De aanbevelingen uit de workshop behelzen een gemene deler van bovenstaande. Ze zullen worden aangeboden aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en (afvaardiging naar) de Verenigde Naties.


Workshop 3 Financing for 1325: nieuwe rol bedrijfsleven

Deelnemers: 12 (waarvan 11 vrouwen en 1 man)
Workshop begeleiders: 3
Doel workshop: Vanwege het tekort aan successen die resolutie 1325 tot nu toe geboekt heeft, wordt er nu bekeken of de private sector een positieve bijdrage kan leveren bij de uitvoering van de resolutie. In deze workshop werd er gediscussieerd over de vragen óf de private sector een rol moet spelen in de uitvoering van resolutie 1325; waarom deze rol interessant kan zijn voor de private sector en hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. De uitkomsten van deze discussie worden opgenomen in een voorstel met betrekking tot de rol van de private sector in relatie tot 1325, dat binnenkort gepresenteerd wordt in New York.

De eerste vraag die werd gesteld was: Moet de private sector een rol spelen in het uitvoeren van resolutie 1325? Uit de antwoorden bleek dat over het algemeen iedereen in de groep vond dat de private sector wel degelijk een rol kan (en zou moeten) spelen. Reacties waren onder andere:
• Ja, indirect hebben zij duidelijk wél belang hierbij (zie volgende vraag)
• Ja, dit is onderdeel van het maatschappelijk verantwoord ondernemen
• Ja, het bedrijfsleven is in een aantal gevallen groter (en machtiger?) dan de overheid
• Ja, hun invloed is zowel positief als negatief, dus zij moeten ook verantwoordelijkheid nemen
• Natuurlijk, het bedrijfsleven is een onderdeel van de maatschappij. En zij moeten daarvoor ook zeker hun verantwoordelijkheid nemen (Matthijs van der Hoorn, EVD)

Vervolgens werd de volgende vraag gesteld, waarin het perspectief van de private sector benaderd werd. Nadat alle redenen genoemd waren, moest ieder een sticker plakken bij het punt waarvan diegene dacht dat dit voor de private sector het meest van belang zou zijn.

Waarom is het interessant voor de private sector om een rol te spelen in het uitvoeren van resolutie 1325?
• PR, positionering en reputatie: gezag, betrokkenheid en invloed (5 stickers)
• Vrouwen zijn goede arbeidskrachten (2 stickers)
• Economische redenen: potentiële (stabiele) afzetmarkten, lobbyen, betere mogelijkheden (5 stickers)
• Gevoel van zingeving, motivatie voor deelnemers
• Vanuit hun rol in de maatschappij (1 sticker)
• Nieuwe business concepten

De vraag die daarop volgde richtte zich op het overtuigen van de private sector van de belangen voor hen om een rol te spelen. Ook hierbij moest elke deelnemer een sticker plakken bij het punt dat volgens die persoon het meest belangrijk zou worden gevonden door de private sector.

Hoe krijgen we het voor elkaar dat de private sector een(grotere) rol gaat spelen in het uitvoeren van resolutie 1325?
• Door goed duidelijk te maken wat er van ze verwacht wordt
• Door middel van een business case en kennisoverdracht (7 stickers)
• Door negatieve aandacht: in het geval dat het mis gaat bij een bedrijf, dit gelijk openbaar maken
• Door het bekend maken van best practices (4 stickers)
• Door te evalueren en een ‘learning’ mechanisme te gebruiken
• Door te richten op de genderpotentie
• Door een coherentie in initiatieven en de toepassing van criteria (2 stickers)
• Door middel van ‘branding’: de naam ‘1325’ veranderen (1 sticker)

Naar aanleiding van deze vragen volgden er nog twee vragen, namelijk:
Wat is er nodig vanuit de UN?
• Producten die direct nodig zijn op bepaalde plaatsen
• Aanhaken op wat er al gerelateerd is aan bedrijven (o.a. Global Compact en de werkgroep gender)
o http://www.unglobalcompact.org/
• Een genderblik

Wat is er nodig vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken?
• Motie voor het koppelen van buitenland instrumentarium, zie ILO – International Labor Organization, VN agentschap – en de OESO richtlijnen
o http://www.ilo.org/global/lang--en/index.htm
o http://www.oesorichtlijnen.nl/
o http://mvoplatform.nl/
En bijvoorbeeld ook het ‘Rights for people, rules for business’ principe van The European Coalition for Corporate Justice (ECCJ)
o www.rightsforpeople.org
• Motie voor een rechtsbijstandsfonds voor slachtoffers van multi-nationale bedrijven
• Pyramid scheme business model en The Innovation Center
o http://www.theinnovationcenter.org/
• Het stimuleren van bottom up organisaties
• Het tastbaar maken van wat mensen/ sectoren bij kunnen dragen (niet alleen aan 1325)

Enkele van deze punten zijn in de eindpresentatie van de dag verwerkt en samen met de aanbevelingen uit de andere workshops overhandigd aan Maarten Brouwer.


Workshop 4 Masculinity: rol van mannen in cultuuromslag

Georganiseerd door WO=MEN en IFOR’s Women Peacemakers Program (WPP)
Geschreven door Natashe Dekker

Een van de vragen die tijdens deze workshop centraal stond was de vraag:
Waarom moeten mannen geïntegreerd worden?

Verschillende argumenten werden hiervoor gegeven, zoals;
* om toekomstige slachtoffers van verkrachting te voorkomen;
* om de families bij te staan;
* en vooral ook omdat zij ook onderdeel vormen van de post-conflictsamenleving.

Het is erg belangrijk om deze kant van de samenleving ook ‘aan te pakken’ aangezien ze deel vormen van dezelfde samenleving als waarin de slachtoffers leven. Dit aanpakken zou moeten zijn door middel van zowel straf als behandeling. In een conflict- situatie wordt een hele samenleving ontwricht en zoals al eerder benoemd, vormen mannelijke daders deel van deze post-conflict
situatie. Zij bevinden zich dus ook in een staat van ontwrichting en zijn uit hun ‘normale’ morele staat. Hierdoor werd er gepleit voor behandeling. Een ander punt dat gemaakt werd is dat er ondersteuning en voorlichting moet plaatsvinden voor de familie en groepstherapie. Obstakels hiervoor zijn vaak,

Enkele aanbevelingen van WPP waren:
* Mannen betrekken bij het proces, maar wel goed kijken welke mannen dit zijn.
* Kritisch kijken naar hoe de samenwerking zal verlopen.

gebrek aan werkgelegenheid, een afhankelijkheid van alcohol en drugs en gebrek aan middelen om te investeren.
WPP maakte het punt dat het gender perspectief verbreed moet worden. Mannen moeten betrokken worden bij het thema om
een volwaardige resultaat te verkrijgen. Ook zijn mannen vaak zelf slachtoffer.


Workshop 5 Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties in het Noorden

Georganiseerd door Gender Concerns International & Multicultural Women Peacemakers Network.
Aanwezig + 20 personen, waaronder 1 man.

Sabra Bano van Gender Concerns International (GCI) opent de workshop. Eerst komen er een aantal presentaties over het werk dat verschillende diaspora- en migrantenorganisaties doen – niet langer dan 3 minuten elk. Daarna moeten twee aanbevelingen geformuleerd worden over wat diasporavrouwen vinden dat er moet gebeuren ten aanzien van 1325.

GCI was betrokken bij het samenstellen Nederlandse Nationale Actieplan (NAP) voor 1325 en werkt nu mee aan het implementeren ervan. GCI neemt deel aan verschillende platforms en netwerken van vredes- en ontwikkelingsorganisaties van vrouwen. Zelf biedt GCI hulp bij de ontwikkeling in Pakistan en Afghanistan.

Het samenwerkingsverband Multicultural Women Peacemakers Network (MWPN) bestaat sinds 2003. Het zet zich in voor gelijke rechten van vrouwen in de landen van herkomst van de verschillende leden van MWPN. Zij promoten daarbij vooral Resolutie 1325 als een belangrijk hulpmiddel bij het bereiken van gelijke rechten en kansen voor vrouwen. Het gaat enerzijds om bewustwording (awareness raising) en anderzijds om het versterken van leiderschapskwaliteiten van de vrouwen in de achterban (capacity building). MWPN heeft diverse conferenties georganiseerd, in Burundi, op de Filippijnen en recentelijk in Jakarta. Een belangrijk aspect daarvan is ook dat de vrouwen daar zich gesteund weten in hun vredes- en ontwikkelingswerk.

Stephanie Mbanzendore van de Burundian Women for Peace and Development (BWPD) laat met beelden van een bezoek van MWPN aan Burundi zien hoeveel impact de delegatie van MWPN had. Er werd in Burundi een conferentie georganiseerd waar 150 activistes naar toe kwamen, er waren toespraken van ministers en andere invloedrijke Burundese personen en er was veel persaandacht. Deelnemers waren doordrongen van het belang van maatschappelijke acties en initiatieven en de conferentie was een grote stimulans voor de activiteiten voor en door vrouwen in Burundi.

Farida van Bommel-Pattisahusiwa van Vrouwen voor Vrede op de Molukken liet iets zien van de conferentie in Jakarta van september jl. Hierbij ging het vooral om het religieuze perspectief bij het werken aan vrede en het implementeren van 1325. Er ontstond daar een uitwisseling van ervaringen van 11 vrouwenorganisaties uit diverse Aziatische landen en 58 organisaties uit (post)conflictregio’s in Indonesië zelf. De conferentie heeft een communiqué opgesteld dat wordt meegenomen naar de VN-vergadering in New York; en er komt een netwerk van vredeswerkers uit de Aziatische diaspora in Nederland.

Mekka Abdelgabar van de Stichting Vrouwenorganisatie Nederland – Darfur (VOND) is sinds kort terug van een lang bezoek aan Soedan, waar de Darfur Women Foundation actief is voor vrede en ontwikkeling. Resolutie 1325 wordt wel erkend door de regering van Soedan als een belangrijk stuk, maar deze wil er toch niet mee werken omdat het van de Veiligheidsraad komt en niet van de Algemene Vergadering van de VN. (De regering ziet de Veiligheidsraad als partijdig en vijandig). VOND zal op 15 januari 2011 een conferentie organiseren in Nederland, waarvoor 5 vrouwen uit Darfur zijn uitgenodigd. Dit om hun partnerschap met de Nederlandse diaspora te versterken.

Stella Huguf uit Somalië werkt met het Action Platform for Women in Somalia aan het dichterbij brengen van de vrede en het opbouwen van het onderlinge vertrouwen tussen vrouwen van verschillende clans. Ze worden daarbij gesteund door UNIFEM, de VN en de Italiaanse regering. De Somalische regering hanteert de sharia, het is werk van de vrouwen om toch gelijke rechten voor mannen en vrouwen te bereiken.

Sandy van GCI vertelt nog heel kort over het op te richten Diaspora and Gender Development Platform, naar aanleiding van een bijeenkomst van vrouwen in Afghanistan. Daar is het vooral belangrijk dat vrouwen en vrouwenorganisaties training krijgen om effectief te zijn als change agents. Het is uitermate belangrijk dat de overheid investeert in vrouwenorganisaties en dat vrouwen ook het overheidsbeleid kritisch volgen.

Dan is het tijd om twee aanbevelingen te formuleren. Een aanbeveling is bestemd voor de Nederlandse overheid, de andere wordt ingestuurd voor het debat in de VN over 10 jaar resolutie 1325.

Aanbeveling 1.
Erkenning van de specifieke rol van migranten- en diasporavrouwen als bruggenbouwers en daarbij toegang tot middelen (resources)

Aanbeveling 2.
Fysieke vertegenwoordiging van migranten- en diasporavrouwen in nationale en internationale vredesonderhandelingen.

 


Aanbevelingen Nederlandse politiek


1. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325:
Voortzetten samenwerking tussen defensie en IS.

2. Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in emergencies:
Maak SRGR in noodsituaties een prioriteit in het Nederlandse beleid. Onder SRGR in noodsituaties verstaan we toegang tot family planning, zorg rondom bevalling, spoed obstretische zorg, medische zorg na verkrachting inclusief noodcontracepti, veilige abortus, preventie en behandeling van soa’s including HIV.

3. Masculinity: mannen en 1325:
Er is een tweesporen-beleid nodig.
1: empowerment van vrouwen en de versterking van de vrouwenbeweging in oorlogsgebieden
2: Verbreding van de gender-sensitieve benadering met aandacht voor de ervaringen en rollen zowel van vrouwen en mannen, hoe zij samen kunnen werken om de doelen van 1325 (Vrouwelijk leiderscap, participatie en preventie)te behalen, waaronder betrekken van mannen als positieve rolmodellen en erkennen van hun slachtofferrol, ook voor preventie

4. Financing for 1325: nieuwe rol bedrijfsleven
Verbinden van buitenland intrumentarium aan OESO + ILO richtlijnen

5. Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties
Erkenning van de speciale rol die diaspora en migrantenvrouwen kunnen spelen als bruggenbouwers in het kader van 1325. Daarbij toegang tot bronnen (recources)

6. Algemeen (Werkgroep 1325)
Aanstelling van een gezant Vrouwen, Vrede en Veiligheid naar Deens voorbeeld.

Aanbevelingen Verenigde Naties (New York)
7. Defensie: Bijdrage van Defensie en BZ aan 1325:
Concretisering van 1325. Zorg dat er tastbare outputs komen zodat het leidt to heldere ‘orders’

8. Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in emergencies:
Maak SRGR in noodsituaties tot prioriteit.  Onder SRGR in noodsituaties verstaan we toegang tot family planning, zorg rondom bevalling, spoed obstretische zorg, medische zorg na verkrachting inclusief noodcontracepti, veilige abortus, preventie en behandeling van soa’s including HIV.

9. Masculinity: mannen en 1325:
Er is een tweesporen-beleid nodig.
1: empowerment van vrouwen en de versterking van de vrouwenbeweging in oorlogsgebieden
2: Verbreding van de gender-sensitieve benadering met aandacht voor de ervaringen en rollen zowel van vrouwen en mannen, hoe zij samen kunnen werken om de doelen van 1325 (Vrouwelijk leiderscap, participatie en preventie)te behalen, waaronder betrekken van mannen als positieve rolmodellen en erkennen van hun slachtofferrol, ook voor preventie

10. Financing for 1325: nieuwe rol bedrijfsleven
Samenwerking met Global Compact en uitwisselen met succesvolle bedrijven initiatieven (oa Nokia)

11. Diaspora: rol van migrantenvrouwenorganisaties
Het belang van fysieke vertegenwoordiging van diaspora en migrantenvrouwen bij vredesonderhandelingen